Essays en lezingen

Het Nieuwe Werken in perspectief van Jurgen Habermas

Het organisatieconcept Het Nieuwe Werken draagt belangrijke elementen in zich om de rationaliteitstheorie van Jurgen Habermas te kunnen praktiseren. Het Nieuwe Werken biedt de mogelijkheid om de interferentie tussen systeem en leefwereld te bewerkstelligen, en om tot een ideale gesprekssituatie te komen die vereiste is voor kritiseerbare juistheidclaims als hoogste vorm van rationaliteit in de communicatie van organisaties.

Dieuwke van der Wal

Samenvatting:
In de huidige moderne maatschappij zijn leefwereld en systeem los van elkaar geraakt, en heeft het systeem de leefwereld gekoloniseerd. De onttaalde media ‘geld’ en ‘macht’ uit het systeem coördineren ook ons handelen in de leefwereld, in plaats van de redelijke argumentatie. Het probleem is dat deze media niet de taal van de redelijke argumentatie verstaan, waardoor zij niet kritiseerbaar zijn. We leven nu dus in een systeem waarin er geen kritiek mogelijk is op de dominante media die ons handelen coördineren. Gebleken is dat de arbeidsproductiviteit van de werknemer laag is in dit huidige moderne systeem. In dit essay zal ik tonen dat bepaalde elementen en consequenties van Het Nieuwe Werken kunnen fungeren als de praktische uitwerking van het toepassen van de maatschappijkritiek van Habermas in organisaties. Wanneer wij omschakelen naar een Habermasiaans democratische organisatie via radicalisering van de geanalyseerde verbinding tussen Het Nieuwe Werken en Habermas, leidt dat tot verhoogde arbeidsproductiviteit van de werknemer, waar deze in de huidige kapitalistische systeemstructuur laag is. We kunnen stellen: democratie, met Het Nieuwe Werken ingezet als democratiseringsproces, leidt tot verbetering van de economie. Door het tonen van de op het oog verborgen overeenkomsten wordt het praktische concept Het Nieuwe Werken filosofisch onderbouwd en wordt blootgelegd welke associaties uit het gedachtegoed van Habermas te halen zijn bij een onderwerp dat in eerste instantie niet uit Habermas voort lijkt te zijn gekomen.

*) Interferentie: Het samengaan van twee elementen waardoor een nieuwe werkelijkheid ontstaat.

1. Wie is de denker

Jeugd in totalitair systeem
Martin Heidegger zei ooit dat het enige wat we moeten weten van Aristoteles’ leven om zijn filosofie te begrijpen is dat hij ooit werd geboren, werk heeft verricht en vervolgens is doodgegaan. Je hoeft dus helemaal niets te weten van de man zelf om zijn ideeën te begrijpen. Bij Habermas zou ik dat toch anders willen stellen. De Theorieën van Jurgen Habermas zijn in sterke mate beïnvloed door zijn levensloop en de debatten waarin hij gedurende zijn leven in actief is. (Mendieta & Thomassen, 2010). Het gaat te ver om de ideeën van Habermas te reduceren tot zijn levensloop, maar om zijn ideeën te begrijpen is het nuttig om de context van zijn persoonlijk leven en filosofische en politieke ontwikkeling te kennen. Jurgen Habermas werd in 1929 net buiten de Duitse stad Düsseldorf geboren (Bohman & Rehg, 2011). In Duitsland heerste destijds grote politieke onrust. Jurgen Habermas was vier jaar oud toen Hitler in 1933 aan de macht kwam en tien jaar oud toen de Tweede Wereldoorlog in 1939 uitbrak. Zijn vader was een passief aanhanger van het Nationaal Socialisme en maakte zijn zoon lid van de Hitlerjugend (EGS, 2013). Het laatste jaar van de oorlog werkt Habermas als medische hulp bij de Duitse krijgsmacht, hij ontsnapt nog net aan de oproep om aan het Westfront mee te vechten. (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005). Habermas groeide op in een situatie waarin het fascisme als normale omgeving fungeerde. Hij definieert het politieke klimaat waarin hij opgroeide als een bourgeoise middenklassenfamilie die zich confirmeerde aan een politieke omgeving waarmee men zich niet volledig identificeerde, maar die men ook niet bekritiseerde (Horster en Van Reijen, 1992).

Onttovering van fascisme voedt democratische motieven
Habermas geeft aan dat het jaar 1945 het jaar was waarin zijn politieke en filosofische motieven gevormd werden. Cruciaal hiervoor was de ervaring met het Neurenbergproces: Habermas volgde het proces thuis via de radio en was geschokt door de ontdekking van de ware aard van het regime waaronder hij had geleefd en in was opgevoed (Horster en Van Reijen, 1992). Ook het uitkomen van documentaires over de gruwelijkheden in concentratiekampen gaven Habermas een nieuw perspectief op de ideologie uit de eerste jaren van zijn leven. Hij formuleerde later dat hij besefte dat het systeem waarin hij tot die tijd had geleefd een systeem van criminelen was. De processen lieten Habermas de diepte van het Duitse morele en politieke falen onder het naziregime inzien (Bohman & Rehg, 2011). Deze ervaring is mede bepalend geweest voor Habermas’ fundamentele democratische gezindheid (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005). Habermas verloor na de openbaring van de ware aard van het regime waarin hij functioneerde enige tijd het vertrouwen in de mens. Het aanschouwen van het Wirthschaftswunder zorgde er echter weer voor dat hij hernieuwd vertrouwen kreeg. Habermas aanschouwde dat economische vooruitgang kan voortkomen uit de inbedding in de democratische rechtsstaat. Zo is Habermas een voortdurende zoektocht naar het alles bepalende belang van de democratische rechtsstaat en hoe democratische instituties te funderen (Kunneman, 2013). Voor Habermas werd bestrijding van totalitaire systemen bevrijding van zijn eigen geschiedenis. Hij beschouwde liberale democratie als een opzichzelfstaande volbrenging. Hiermee onderscheidde hij zichzelf van degenen die liberale democratie associeerden met de elementen van het Deutsches Reich, en ook van degenen die na hem vanaf de jaren ’60 de liberale democartie opvoeren als masker voor kapitalistische exploitatie. (Mendieta & Thomassen, 2010).

Eigen communicatieproblemen
Habermas is geboren met een hazenlip, wat er voor zorgt dat hij moeilijk verstaanbaar is. Thuis kon hij zich verstaanbaar maken, maar hij had het er moeilijk mee om op de basisschool met anderen te communiceren. Habermas heeft in een relatief recent essay gesteld dat deze ervaring uit zijn kindertijd zijn communicatieve benadering jegens de maatschappij en moraliteit kan hebben geïnspireerd. (Mendieta & Thomassen, 2010). De thesis is dat Habermas’ probleem met communicatie hem heeft doen nadenken over wat hij noemt ‘de macht van taal om een gemeenschap te smeden’(Mendieta en Thomassen, 2010, p. 5). Habermas stelt: Language and communication define us as human beings. We are homo communicatus, and this – rather than homo economicus or homo laborans – is what distinguishes us as human beings. (Habermas, zoals geciteerd in Mendieta & Thomassen, 2010, p. 6).

Academische carrière
Na de oorlog begon Habermas in 1949 zijn studie in Göttingen, die hij later voortzet in Zurich en in 1954 afrondt aan de Universiteit van Bonn met een proefschrift over het denken van Schelling (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005). Habermas had er grote moeite mee dat er geen duidelijke breuk met het nazi-verleden in Duitsland zichtbaar was. Zo werd de elite van de universiteiten na de Tweede Wereldoorlog gecontinueerd. (Mendieta & Thomassen, 2010). Na zijn afstuderen ging Habermas dan ook niet meteen de universitaire wereld in, hij werkte eerst twee jaar als journalist. In 1956 kreeg hij een baan als onderzoeksassistent voor Theodor Adorno bij het Institut fur Sozial-forschung in Frankfurt, dat door Adorno en Horkheimer in de jaren ’20 werd opgericht. (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005). Habermas zou later uitgroeien tot de voorman van de tweede generatie van deze Frankfurter Schule (Delanty & Strydom, 2010). In 1962 verschijnt zijn eerste grote werk: Strukturwandel der Offentlichkeit. In 1964 wordt hij hoogleraar filosofie en sociologie aan de Universiteit van Frankfurt (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005). Hij oefent hier grote invloed uit op de studentenbeweging, vooral vanwege zijn marxistische invloeden (Delanty & Strydom, 2010). Tegelijkertijd verwerft hij faam met wetenschappelijke en filosofische artikelen, en bekendheid als medestrijder in het Postitivismedebat naast Adorno. Eind jaren ’60 vind een breuk plaats tussen de studentenbeweging en Habermas, omdat de studentenbeweging steeds verder radicaliseert. Uiteindelijk geeft Habermas zijn leerstoel in Frankfurt op om mededirecteur te worden van een onderzoeksinstituut in Starnberg. In de tien jaar dat hij daar werkt, ontwikkelt hij zijn belangrijkste denkwerk: de Theorie des Kommunikativen Handelns. In 1981 geeft hij dit werk uit. Vanwege de kleur van de kaft en de enorme omvang van het boek krijgt het al gauw de bijnaam ‘het Blauwe Monster’ (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005).

2. Theorie van de denker Habermas

Habermas’ rationaliteitstheorie
Habermas’ belangrijkste bijdrage aan de filosofie is zijn rationaliteitstheorie, die in het Blauwe Monster uiteengezet wordt (EGS, 2013). Een terugkerend element in zijn werk is een kritiek op industriële democratieën in het westen die humaniteit gelijk stellen met economische efficiëntie. Voor Habermas gaat de mogelijkheid om logica en analyse te gebruiken verder dan de strategische calculatie van hoe een doel te bereiken. Er bestaat een mogelijkheid voor de samenleving om door communicatieve actie te streven naar overeenstemming – en dit is de rationaliteit zelf. Habermas benadrukt het belang van het hebben van een ideale communicatiesituatie waarin mensen morele en politieke kwesties kunnen uiten en verdedigen door middel van rationele argumenten (EGS, 2013).

Kritisch geluid in het positivismusdebat
Een soortgelijk geluid laat hij horen in het positivismusdebat, een van de vele debatten waar Habermas in verwikkeld is. Hij is een belangrijke stem in dit debat, waarin wetenschappers uit de positivistische wetenschapsschool een publiekelijke discussie voeren met wetenschappers uit de kritische theorie (Delanty & Strydom, 2010). Habermas stelt dat de meer positivistische theorieën waarin het instrumentele of het strategische handelen centraal staan zijn gebonden aan een subject-object model: ze staan in het teken van het zelfbehoud van een eenzaam subject dat zich moet handhaven in een geobjectiveerde werkelijkheid. (Kunneman & Keulartz, 1985). ‘Denken en doen dienen [in het positivisme] uitsluitend ter controle van een dingmatige natuur, zowel de natuur buiten ons, als de ‘tweede natuur’ tussen mensen onderling, als de eigen, innerlijke natuur’ (Kunneman & Keulartz, 1985, p. 33). Maatschappijtheorieën die uitgaan van dit doelrationele handelen komen volgens Habermas niet uit in de werkelijkheid. Voor de constructie van een kloppende maatschappijtheorie moet het subject-objectmodel worden opgegeven en moet worden uitgegaan van een breder rationaliteitsbegrip: dat van de communicatieve rationaliteit.

Taal als medium om tot rationaliteit te komen
Volgens Habermas is de taal de wijze waarop mensen tot rationaliteit kunnen komen: taal is het medium om acties te coördineren en af te stemmen. Er is volgens Habermas sprake van rationaliteit indien er sprake is van waarheid van uitspraken, van de juistheid van normen die men volgt en van waarachtigheid van uitspraken. Het fundament om tot coördinatie via taal te komen vereist dat de gebruikers van de taal een praktische houding richting het bereiken van onderlinge overeenstemming aannemen, wat volgens Habermas de kern van talige communicatie is. Wanneer actoren interacteren met elkaar met een dergelijke praktische houding, dan nemen ze deel in wat Habermas noemt de ‘communicatieve actie’ of het communicatieve handelen, welke Habermas onderscheidt van de doelrationele actie of het doelrationele handelen. (Bohman & Rehg, 2011).

Doelrationeel handelen in systeem
Volgens Habermas heeft het doelrationele handelen plaats in het systeem en heeft het communicatieve handelen plaats in de leefwereld. Doelrationeel handelen is het handelen dat is gericht op het bereiken van het individuele doel van iedere actor in een situatie. In het systeem neemt Habermas twee vormen van doelrationeel handelen waar: het strategische handelen en het instrumentele handelen. Bohman & Rehg (2011) hebben een praktisch voorbeeld uitgeschreven van een doelrationele situatie waarin strategisch wordt gehandeld, zie kader 1. Het strategisch handelen heeft wel betrekking op andere mensen, maar is niet gericht is op het bereiken van onderlinge overeenstemming tussen actoren. Het strategisch handelen is de verbinding tussen puur doelrationeel en sociaal handelen, zie figuur 1: een illustratieve weergave van de handelingsmogelijkheden die Habermas onderscheidt. Het instrumenteel handelen is vergelijkbaar met het strategisch handelen, ware het niet dat er bij het instrumenteel handelen geen sprake is van interactie met menselijke actoren. Zoals in figuur 1 te zien is, is instrumenteel handelen puur doelgericht handelen. Een voorbeeld daarvan is de arbeid die wij verrichten, waarbij wij wel gericht zijn op het behalen van ons eigen doel maar waarin ons handelen geen betrekking heeft op andere mensen. (Kunneman, 2013). De instrumentele actie is gebonden aan technische regels en het gebruik van arbeidsinstrumenten. (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005).

Figuur 1:

Figuur_1_Kunneman_Doelrationeel_vs_sociaal_handelen
Bron: Kunneman, H. Figuur getekend tijdens college op 27 mei 2013

Communicatief handelen in de leefwereld
Het communicatieve handelen is wel gericht op het bereiken van onderlinge overeenstemming tussen actoren: Onder de communicatieve actie verstaat Habermas alle handelingen van mensen die gericht zijn op het bereiken van onderlinge overeenstemming met elkaar op maatschappelijk gebied. Habermas definieert dit handelen als puur sociaal handelen. Dit handelen is de juiste vorm van rationeel handelen, volgens Habermas. En men komt tot rationaliteit via de meest zuivere vorm van communiceren: via de taal. Habermas is tot zijn ideeën over de communicatieve handelen aan de hand van inzichten uit de Angelsaksische taalfilosofie. De taalfilosofie toont dat het spreken van taal gebeurt door middel van het uitvoeren van taalhandelingen. Die taalhandelingen zijn opgebouwd uit een ‘propositioneel gedeelte’ en een ‘performatief gedeelte’. In het propositionele gedeelte wordt uitspraak ‘x’ gedaan, en in het performatieve gedeelte wordt verduidelijkt hoe ‘x’ door de toehoorder moet worden opgevat: als vraag, mededeling, belofte, enzovoorts. (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005). Habermas voegt hier aan toe dat de spreker de communicatieve strekking duidelijk maakt via geldigheidsaanspraken die hij naar voren brengt via het performatieve gedeelte van zijn taalhandeling. Deze geldigheidsaanspraken zijn de aanspraken op waarheid, juistheid en waarachtigheid (Kunneman & Keulartz, 1985). Een centraal element is dat deze geldigheidsuitspraken vanwege de interactie met anderen op gelijkwaardig nooit absoluut kunnen zijn. Habermas streeft naar een zo vrij open mogelijke uitwisseling van argumenten in een leefwereld waarin machtsrelaties zo min mogelijk spelen: ‘[…] in zijn rationaliteitstheorie [vormt] de gelijkwaardigheid van de gespreksdeelnemers – in de zin van een gelijke verdeling van kansen om het verloop van de discussies op grond van eigen inzichten te kunnen beïnvloeden – de belangrijkste voorwaarde voor het optreden van leerprocessen’ (Kunneman, 2009, p. 44). Centraal inzicht is dat de geldigheidsaanspraken richting waarheid, juistheid en waarachtigheid een ‘kritiseerbaar karakter’ hebben. De toehoorder kan de claims van de spreker afwijzen en daar eigen aanspraken tegenover stellen. De actor kan ter verantwoording worden geroepen. En in dit communicatieve handelen hebben de definities en gedane uitspraken implicaties die verder gaan dan alleen de situatie waarop zij betrekking heeft, maar ook op de normen die op bindend worden erkend. (Voorwaarde hiervoor is dat de actoren blijven streven naar wederzijds begrip en niet overschakelen naar strategisch handelen (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005). Wanneer de actoren communicatief blijven handelen met als voorwaarde een ideale gesprekssituatie waarin geen machtsverschillen bestaan, kunnen zij volgens Habermas in principe een rationeel gefundeerde overeenstemming bereiken met betrekking tot alle drie de geldigheidsaanspraken (Kunneman & Keulartz, 1985).

Interferentie tussen systeem en leefwereld in ideale maatschappij
We hebben nu beschreven dat Habermas in zijn rationaliteitstheorie een systeem en een leefwereld analyseert. We hebben gezien dat de processen in een systeem worden getypeerd als doelrationeel handelen, en de processen in de leefwereld als communicatief handelen. In Theorie des Kommunikativen Handelns stelt Habermas dat deze twee tegenstellingen met elkaar interfereren: Het communicatieve handelen vindt niet in een vacuüm plaats, maar wordt mogelijk gemaakt door de verschillende hulpbronnen waar mensen uit kunnen putten wanneer zij tot onderlinge overeenstemming proberen te komen: cultuur, instituties en persoonlijkheden. Samen vormen zij de leefwereld, de achtergrond waardoor het communicatieve handelen gevormd en gedragen wordt. Omgekeerd wordt de leefwereld ook door het communicatieve handelen in stand gehouden. Maar de instandhouding van de maatschappij in zijn geheel kan niet alleen geanalyseerd worden vanuit het gezichtspunt van de leefwereld. Maatschappijen moeten ook materieel in stand gehouden worden, via arbeid. (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005, p. 190). De ideale samenleving bestaat uit de interferentie van systeem en leefwereld.

Kolonisatie van de leefwereld in de werkelijke maatschappij
Het vervelende is, dat we niet in een ideale samenleving leven, analyseert Habermas. In moderne maatschappijen zijn de communicatieve en de materiële instandhouding van de maatschappij ten opzichte van elkaar verzelfstandigd. In plaats van dat de arbeid plaatsheeft in de leefwereld, is zij ondergebracht in een apart maatschappelijk domein: het systeem. Het systeem is opgebouwd uit twee subsystemen: het politieke en het economische. Mensen treden elkaar niet communicatief tegemoet, maar doelrationeel. Het communicatieve handelen is buiten werking gesteld. Taal speelt geen rol meer. Handelingen worden niet meer gecoördineerd via talige geldigheidsuitspraken die bekritiseerd kunnen worden, maar via de ‘onttaalde’ media ‘geld’ in het economische subsysteem en ‘macht’ in politieke subsysteem. (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005). En geld en macht spreken niet de taal van de redelijke argumentatie en het zoeken naar overeenstemming tussen actoren. Zo is er sprake van een moderne maatschappij met een scheiding tussen systeem en leefwereld die niet wenselijk maar wel werkelijk is. Habermas noem het de ‘kolonisatie van de leefwereld’: de leefwereld is gekoloniseerd door de macht en het geld van het systeem. (Mendieta & Thomassen, 2010). Middelen als geld en macht die niet in de leefwereld thuishoren zijn daar wel in gaan zitten, en verdringen daar het talige streven naar overeenstemming als hetgeen wat ons handelen coördineert.

3. Het organisatieconcept

Een nieuw perspectief doordacht: Het Nieuwe Werken
Ja, we zijn irrationeel bezig, zouden we kunnen zeggen als we Habermas volgen. Ik wil graag een organisatieconcept aandragen dat nieuwe perspectieven biedt tot het praktiseren van Habermas’ maatschappijkritiek. Het gaat om een organisatieconcept dat niet uit soortgelijke edele motieven als het werk van Habermas voortkomt, maar dat wanneer men het radicaliseert wel mogelijkheden kan bieden om voorbij de schrale scheiding van systeem en leefwereld te komen en mogelijkheden biedt om tot de ideale gesprekssituatie te komen waarin overeenstemming door middel van communicatie ons handelen coördineert, en niet overeenkomsten op basis van de taalloze media geld en macht. Ik heb het hier over Het Nieuwe Werken. Het is geen voor de hand liggend concept om mogelijkheden tot hernieuwde verbinding tussen systeem en leefwereld in te zien, omdat de grondslag van het concept puur doelrationeel is.

Wat is Het Nieuwe Werken
In 2008 is het door het ministerie van VWS gestart vanuit doelrationele motieven: het ministerie zocht een oplossing voor fileproblematiek. Er werd gedacht: hoe krijgen wij mensen de auto uit? Simpel, door ze thuis te laten werken, of in andere vestigingen. Zo werd vanuit een doelrationeel motief het zaadje geplant voor wat wij nu Het Nieuwe Werken noemen. Mensen gaan dus thuis of dichterbij werken, en dat lost fileproblemen op. als mensen in andere vestigingen gaan werken, dan moeten die mensen wel ergens zitten, op plekken die er bijvoorbeeld niet zijn. Zo ontstond naast het thuiswerken het flexwerken op locatie. Dat zorgde er weer voor dat er goede vergaderfaciliteiten moesten komen om de werknemers te faciliteren in het op elkaar afstemmen. En al dat flexwerk, thuiswerk en interacteren moest natuurlijk wel goed uitgevoerd kunnen worden, dus werd er een heel digitaal netwerk uitgerold. Het werken op locatie moet naast dat thuiswerken wel wezenlijk anders worden dan het ‘oude’ werken, dus worden er kleuren op de muren geverfd om mensen creatiever te maken, planten en natuur aan de omgeving toegevoegd en wordt er gespeeld met de temperatuur van verschillende locaties en afdelingen (TNO, 2013). Het ene element van Het Nieuwe Werken is door het andere uitgelokt. Nu, zo’n zes jaar na de eerste noties over Het Nieuwe Werken, staat er een concept waarin het gaat om een vernieuwing van de fysieke werkplek, de organisatiestructuur en –cultuur, de managementstijl en de houding van de mens. Het gangbare doel van het nieuwe werken is een doorbaak in de productiviteitsverbetering van de kenniswerker in de eenentwintigste eeuw. Kenniswerd wordt vaak nog ingericht volgens industriële principes die niet passen bij het productiedoel (Bijl, 2007), al moet daar natuurlijk bijgezegd worden dat verhogen van de arbeidsproductiviteit niet het begindoel was, want dat was bestrijding van fileproblematiek. Maar, daaraan zijn verandermanagementkundige en ook humanistieke doelen gehangen en dat heeft geresulteerd in een concept dat positieve noties heeft, ook voor het zien van een praktische invulling van de theorie van Habermas.

Belangrijk voor het slagen van Het Nieuwe Werken is dat werknemers de fysieke werkplek ervaren als een plek waar geleefd wordt, of dat nou thuis of op kantoor is. (TNO, 2013). Thuiselementen bestaan uit materiële elementen als planten en sofa’s, en normatieve elementen als een sfeer van vertrouwen waarin vrije kennisvergaring, kennisdeling en overleg kan plaatshebben. De gemoedstoestand van de werknemers wordt hierdoor positief beïnvloed en de creativiteit wordt gestimuleerd, en dat draagt uiteindelijk bij aan de productiviteit. Productiviteit wordt hierbij niet gesteld in kwantitatieve aantallen, maar in kwalitatief goed werk.

Effecten en consequenties
Een belangrijk effect van Het Nieuwe Werken dat ik naar voren wil halen is dat de werknemer niet meer gebonden is aan een locatie of een tijd om zijn werkzaamheden uit te voeren. De mens als werknemer is volledig vrij om te kiezen waar hij zijn werkzaamheden hoe uitvoert. Dat heeft als consequentie dat zowel de ruimtelijke als de tijdgewijze scheiding tussen ‘werk’ en ‘privé’ wordt opgeheven. De mens verricht arbeid in dat wat hij als zijn privédomein en leefomgeving beschouwt. Werken voor de organisatie waarmee een contract is afgesloten wordt een entiteit in het leven, niet iets wat buiten het privéleven bestaat. Consequentie daarvan is dat de professionele identiteit vervaagt: wanneer arbeid wordt verricht in de eigen leefomgeving zijn zaken die in andere plaats- en tijdsdimensies identiteit en herkenbaarheid verschaffen niet noodzakelijk, zoals het pak en de stropdas . Een andere consequentie is dat er een andere sociale omgeving is die van invloed is op het werkproces: waar de werknemer vroeger in hiërarchische structuren omringd was door collega’s, is hij dat nu door invloeden in de leefwereld, zoals zijn gezin, vrienden of juist het alleenzijn. Wanneer de werknemer er voor kiest zijn werkzaamheden op de fysieke organisatielocatie te verrichten, is hij omringd door collega’s van verschillende groepen, afdelingen en managementlagen. Hier raken we aan een tweede belangrijke effect wat ik wil benoemen: het kantoor is de plek geworden waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, kennis kunnen delen, zich op elkaar kunnen afstemmen, kunnen netwerken en kennis kunnen creëren. In een open uitwisseling van argumenten kunnen mensen samen tot nieuwe kennis komen. De structuur van Het Nieuwe Werken zorgt er voor dat deze sociale processen verlopen op gelijkwaardig niveau: omdat er sprake is van flexplekken, vrije ruimtes en open vergaderzalen interacteren medewerkers van alle organisatielagen met elkaar. Consequentie hiervan is dat er sprake is van aanzienverlies op basis van toegenomen transparantie. Mythen over wat zich in de bestuurskamer afspeelt zullen afnemen, omdat er geen fysieke bestuurskamers meer zullen zijn. Er zullen ongetwijfeld nieuwe mythen ontstaan die juist het aanzien van de bestuurders aantasten, omdat zij nu ‘een van de velen’ geworden is. Resultaat van werknemers wordt immers minder hiërarchisch gecontroleerd vanwege het vertrouwen dat de leidinggevende moet geven aan zijn directe werknemers, waardoor de machtsrelatie tussen directe leidinggevende en werknemer zal transformeren naar een meer gelijkwaardige relatie. Nieuwe, en vermoedelijk meer, informele informatiecircuits zullen ontstaan, over de nieuwe sociale verbanden die ontstaan vanwege de vrijheid in ruimte en tijd, of de keuzes die iedere individuele werknemer maakt. Vroeger maakte de leidinggevende de keuzes veelal voor de werknemer, nu maakt de werknemer ze zelf, en dat levert input op voor informele circuits. Daarnaast is een consequentie dat de sociale interacties tussen collega’s zullen veranderen vanwege de variatie in werkplek.

4. Verband tussen de denker en het organisatieconcept

Verbinding tussen Het Nieuwe Werken en Habermas
Het loont de moeite om Het Nieuwe Werken te beschouwen door de bril van Habermas, omdat zij vruchtbare perspectieven biedt voor het aan banden leggen van de kolonisering van de leefwereld en het praktiseren van zijn maatschappijkritiek in organisaties.
Allereerst biedt Het Nieuwe Werken praktische mogelijkheden voor het samengaan van het systeem en de leefwereld. Habermas analyseert beide leefwerelden, en geeft zoals eerder gezegd aan dat in moderne maatschappijen beide leefwerelden van elkaar verzelfstandigd zijn. Materiële reproductie vindt niet meer plaats binnen communicatief gestabiliseerde instituties (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005). Het Nieuwe Werken maakt de beweging dat zij de productie wel weer plaats laat hebben in communicatief gestabiliseerde instituties: Wanneer mensen thuiswerken, ook al is dat vanuit een doelrationeel motief zoals in het geval van Het Nieuwe Werken, dan is de consequentie daarvan dat zij arbeid in de leefwereld integreren. Er wordt door middel van Het Nieuwe Werken een beweging gemaakt die voorbij het doelrationele kapitalistische systeem gaat. Deze beweging is te typeren als voorkapitalistisch, voorafgaand dus aan de tijd waarin de scheiding tussen materiële productie en communicatief handelen een feit was: ‘In vroegere samenlevingen waren de communicatieve en de materiële instandhouding van de maatschappij onontwarbaar met elkaar verstrengeld. De arbeid vond om zo te zeggen binnen de leefwereld plaats’. (Kunneman, Munnichs & Van Gelder, 2005, p. 190). We gaan met Het Nieuwe Werken weer terug naar deze verstrengeling: de productie van de werknemer vindt weer thuis of op een andere vrije plek plaats, met zelfgekozen sociale actoren als gezin, vrienden, collega’s uit andere bedrijven en ga zo maar verder. Deze leefwereld wordt actief en passief onderdeel wordt van het productieproces. Zodoende vindt arbeid weer plaats in de leefwereld en is er dus sprake van interferentie van systeem en leefwereld. Het een kan niet bestaan zonder het ander. Hoewel de doelrationelen het nooit zo bedoeld zullen hebben, is dat zelfs te halen uit hun doelrationele voorstelling van Het Nieuwe Werken: Hameeteman (2009) stelt bijvoorbeeld dat het doel van Het Nieuwe Werken het vergroten van de arbeidsproductiviteit is. Hij stelt dat manieren om tot arbeidsproductiviteit te komen creativiteit en welbevinden van de werknemer zijn Daarmee onderkent hij dus dat in het huidige systeem de werknemer niet arbeidsproductief genoeg is, waaruit volgt dat zijn creativiteit en zijn welbevinden onder de maat zijn in het huidige systeem, het systeem waarin de taalloze media geld en macht het handelen coördineren. Met andere woorden: de arbeider floreert niet in het systeem. We moeten het systeem integreren in de leefwereld zoals Habermas het bedoeld heeft. Hameeteman verwijst er zelfs bijna letterlijk naar:‘ Dat [Het Nieuwe Werken] vergt dat er naast de procesmatige wereld een wereld komt van vertrouwen, delen en creativiteit.’ (Hameeteman, 2009, p. 12).

Hieruit volgt het tweede belangrijke Habermasiaanse element dat ik herken in Het Nieuwe Werken. Net heb ik geanalyseerd dat Het Nieuwe Werken de mogelijkheid biedt om arbeid te integreren in de leefwereld. Nu wil ik stellen dat elementen in Het Nieuwe Werken bijdragen aan de mogelijkheid om de ideale gesprekssituatie tot stand te brengen, waarin geldigheidsaanspraken kunnen worden bekritiseerd op juistheid, waarheid en waarachtigheid op basis van symmetrische, machtsvrije communicatie door actoren die naar overeenstemming streven als datgene wat het handelen coördineert. In Het Nieuwe Werken wordt namelijk sterk gestuurd op leerprocessen en gelijkwaardige kennisdeling tussen werknemers, ongeacht status of machtspositie. Het Nieuwe Werken maakt dat alle managementlagen door elkaar heen gaan zitten op vrije plekken. Transparantie wordt vergroot door het wegnemen van fysieke grenzen, waardoor macht door aanzien vermindert. Dat draagt bij aan de machtsvrije communicatie. Er is sprake van meer gelijkwaardige relaties. Er worden vergaderingen en kennisdelingsessies georganiseerd waarin actoren kennis delen, ongeacht positie, functie of status. Er wordt gestreefd naar overeenstemming tussen de actoren over het betreffende onderwerpen; opdat het redelijke argument dat bekritiseerbaar is hetgeen is wat de meest rationele vorm van argumentatie en coördinatie in de organisatie is, en niet macht of geld. Er wordt door Het Nieuwe Werken voorzien in de benadering van een ideale gesprekssituaties waarin macht geen rol mag spelen, waarin argumenten kritiseerbaar zijn en waarin er sprake is van puur communicatief handelen.

Het Nieuwe Werken voorziet dus in de integratie van arbeid in de leefwereld en in de mogelijkheid om communicatief handelen als rationaliteit in de organisatie te hanteren. Natuurlijk is het zo dat niet in iedere organisatie waar getracht wordt Nieuw te Werken, deze Habermasiaanse perspectieven waar te nemen zijn. Daarvoor worden er veel fouten gemaakt bij de implementatie van het concept. Zo zijn er verhalen bekend van implementatietrajecten van Het Nieuwe Werken die mislukken omdat de directie, die zelf had besloten dat zij Het Nieuwe Werken ging invoeren in de organisatie, zelf niet mee wou doen aan Het Nieuwe Werken: zij wouden hun eigen fysieke afdeling met bestuurskamertjes houden. Zo kan er natuurlijk geen sprake zijn van communicatief handelen op basis van kritiseerbare geldigheidsuitspraken, de machthebbers geven immers aan dat zij hun privileges willen behouden en niet bereid zijn om argumentatie door communicatie als coördinatie van handelen te verkiezen. Een andere reden waarom Het Nieuwe Werken mislukt is de veronderstelling van veranderkundigen dat je een hele organisatie in een jaar aan Het Nieuwe Werken krijgt – dat het een kunstje is dat je even zo invoert. Met doelrationele intenties kun je in beginsel geen puur sociaal handelen bewerkstelligen. Veel Het Nieuwe Werken-projecten lopen spaak op de gedachte dat werknemers vanzelf kwalitatief productief worden wanneer ze je een nieuwe werkplek, ICT en een paar planten geeft. Dat is echter helemaal niet zo (Van den Burg, 2013). Microsoft Nederland is een van de bekende succesverhalen als het gaat over Het Nieuwe Werken. Interessant is dat we kunnen waarnemen dat communicatief handelen hetgeen is geweest wat Het Nieuwe Werken succesvol heeft gemaakt bij Microsoft. De aanleiding om met Het Nieuwe Werken te starten was een slechte score in een werknemersonderzoek van Microsoft. Werknemers gaven aan dat ze niet tevreden waren met de balans tussen werk en privé. ‘Het succesverhaal van het nieuwe werken heeft niet zo veel te maken met het beeld dat velen hebben van het nieuwe werken: het hippe nieuwe pand vol met loungende, nomadische werknemers met een laptop op schoot. Mensen van Microsoft konden allang thuis- en flexibel werken. De basis van het succes ligt juist in de aanpak van Microsoft. In open gesprekken zijn medewerkers en leidinggevenden aan de slag gegaan met de vraag: Hoe willen wij met elkaar werken?’ (Van den Burg, 2013).

Om Het Nieuwe Werken te zien als invulling van de Habermasiaanse maatschappijkritiek is het van groot belang dat de organisatie het beeld van de communicatieve actie als coördinatie van handelen omarmt en blijft nastreven, en niet overschakelt naar strategisch handelen. Daarnaast is het van belang dat Habermas volledig in beschouwing wordt genomen bij de invoering van Het Nieuwe Werken. Zo geeft een groot aantal respondenten in een onderzoek van Schipper (2011) aan dat Het Nieuwe Werken voor hen tot een grote gevoelsmatige afstand van hun collega’s leidt, tot een tekort aan contact met collega’s en een gebrek aan teamgeest. Daaruit blijkt dat je als werkgever niet alleen moet stimuleren in het brengen van de arbeid naar de leefwereld, maar ook de leefwereld moet integreren in de voormalige arbeidsplaats. De leefwereld en het systeem moeten volledig in elkaar overlopen.

Conclusie
Ik beschreef dat Habermas teleurgesteld was in de mens, maar dat hij door het aanschouwen van het Wirthschafstwunder weer hernieuwd vertrouwen kreeg: hij zag dat economische vooruitgang kan voortkomen uit de inbedding in de democratische rechtsstaat. Zo moeten we Het Nieuwe Werken ook beschouwen: arbeidsproductiviteit, het doel van Het Nieuwe Werken, kan voortkomen vanuit inbedding in een democratische organisatie. Het Nieuwe Werken draagt elementen in zich om het systeem te integreren in de leefwereld en om de ideale gesprekssituatie te creeren die voorwaardig is aan het komen tot geldigheidsaanspraken die op basis van communicatieve actie tot stand zijn gekomen, en daardoor het handelen kan coordineren boven de onttaalde media ‘geld’ en ‘macht’ in de organisatie. De belangrijkste redden hiervoor is dat geld en macht doof zijn voor de redelijke argumentatie. Zij spreken alleen hun eigen taal, en daarin zijn geen woorden tot kritiek opgenomen. Macht verstaat alleen de taal van macht, en geld de taal van geld. We hebben gezien dat dat heeft geleid tot een vermindering van de arbeidsproductiviteit van werknemers, omdat geanalyseerd wordt dat werknemers in het huidige moderne systeem, waarin macht en geld dominant zijn, niet creatief zijn en hun gemoedstoestand niet optimaal is, terwijl dat de voorwaarden zijn voor arbeidsproductiviteit. Wanneer wij omschakelen naar een Habermasiaans democratisch systeem via radicalisering van de geanalyseerde verbinding tussen Het Nieuwe Werken en Habermas, leidt dat tot verhoogde arbeidsproductiviteit van de werknemer. Met andere woorden: democratie, met Het Nieuwe Werken als democratiseringsproces, leidt tot verbetering van de economie.

Literatuurverwijzing:
Bijl, D. (2007). Het nieuwe werken. Op weg naar een productieve kenniseconomie. Den Haag: Bim Media.

Burg, G. van der, (2013) Het nieuwe werken is meer dan een smartphone geven en werkplek afpakken. [Opinieartikel]. Via http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3428552/2013/04/19/Het-Nieuwe-Werken-is-meer-dan-smartphone-geven-en-werkplek-afpakken.dhtml

Bohman, J. & Rehg, W. (2011). The Stanford Encyclopedia of Philosophy: Jurgen Habermas. [Filosofische encyclopedie] Via http://plato.stanford.edu/archives/win2011/entries/habermas/

Delanty, G. & Strydom, P. (2010) Philosophies of Social Science, the Classic and Contemporary Readings. Maidenhead/Philadelphia: Open University Press.

EGS (2013). Jurgen Habermas – Biography. [Wetenschapsencyclopedie] Via http://www.egs.edu/library/juergen-habermas/biography/

Kunneman, H. & Keulartz, J. (1985). Rondom Habermas. Analyses en kritieken. Amsterdam: Boom.

Kunneman, H. Munnichs, G. & Van Gelder, F. (2005). Jurgen Habermas. In: Denkers van nu (ed. Hans Achterhuis et.al.) . Diemen: Veen Magazines.

Kunneman, H. (2013). Uitspraak van Harry Kunneman, docent OR1, tijdens college op 27 mei 2013. Utrecht: Universiteit voor Humanistiek.

Kunneman, H. (2009). Voorbij het dikke-ik: Bouwstenen voor een kritisch humanisme. Amsterdam: SWP – Humanistic University Press

Hameeteman, R. (2009). Klein receptenboek voor het nieuwe werken. Zaltbommel: Haystack.

Mendieta, E. & Thomassen, L. (2010). Habermas: a guide for the perplexed. Londen: Continuum International

Horster, D. & Van Reijen, W. (1992). Habermas: An Introduction. Michigan: Pennbridge Books.
TNO (2013): De ideale werkomgeving anno nu: Het Nieuwe Werken. [Onderzoeksrapport]. Geraadpleegd op http://www.tno.nl/downloads/11-4574%20TNO%20folder%20Het%20nieuwe%20werken-03.pdf

Schipper, V. (2011). Weg met de duistere kant van het nieuwe werken, een onderzoek. [Onderzoeksrapport] Geraadpleegd op http://hetnieuwewerkenblog.nl/weg-met-de-duistere-kant-van-het-nieuwe-werken-een-onderzoek/