Essays en lezingen

Leren liefhebben – Je relatie als plek voor persoonlijke groei

Interview met Vincent Duindam – psycholoog aan de Universiteit Utrecht en schrijver van het boek ‘leren liefhebben’

Dieuwke van der Wal – Voor De Proefplaats
27 januari 2015

Vincent Duindam heeft zich goed voorbereid. Hij neemt plaats aan het houten tafeltje in een bruin café en haalt direct een aantal boeken uit zijn tas. “Ik heb een aantal dingen meegenomen die mij inspireren. Hier, The Upanishads van Easwaran, ken je dat? En dit boek, over mannen en vrouwen en de relaties tussen hen. Daar is het ooit mee begonnen”. Duindam, psycholoog aan de Universiteit Utrecht en schrijver van het spirituele boek ‘Leren Liefhebben’, is van begin tot eind vol aanwezige aandacht. Hij antwoordt terwijl hij nadenkt en zichzelf bevraagt op de vragen die hem gesteld worden. Over het waarom van spiritualiteit als aanvulling op de psychologie, over Leren Liefhebben en over de partnerrelatie als plek voor persoonlijke groei.

Je hebt een boek geschreven over het thema ‘Leren Liefhebben’. Je start hierbij vanuit spiritualiteit. Waarom denk je juist vanuit spiritualiteit over het thema ‘leren liefhebben?’
“Als mens hebben we verschillende conditioneringen, die als een soort uienschillen om je kern heen zitten. Je hebt biologische conditioneringen die van invloed zijn op je leven: je bent man of je bent vrouw, je hebt een bepaalde oogkleur. Een andere conditionering is de manier waarop je bent opgevoed: hoe doen je ouders het, is er warmte, is er nabijheid? Vervolgens bestaat er ook een maatschappelijke conditionering: Wat wil de samenleving van je? Die conditioneringen bestaan. Ze zijn van belang en ze vormen je. Voor de psychologie is dat het dan ook wel: Je bent je lichaam, je brein, je opvoeding, je conditioneringen. Daar vertel je een verhaal over, met therapie kun je leren daar een ander verhaal van te maken, en dan besta je. Maar meer is er niet. Als je de schillen van de ui afpelt dan houd je niets over. Je bent je genetische materiaal en alles wat de context daar aan toevoegt. Terwijl de essentie van spirituele tradities zoals het hindoeïsme en het boeddhisme juist het komen tot die kern is. In het midden van die kern zit een soort stilte, een aandacht, een soort ruimtelijk bewustzijn. De kern van je bestaan in spirituele zin, bestaat volgens de psychologie eigenlijk helemaal niet. Dat vind ik een spannend gebied.”

Waarom heb jij als gepromoveerd wetenschapper aan de UU de spiritualiteit opgezocht?
“De vraag ‘Wie ben ik?’ heeft me altijd beziggehouden. Ik ben van Freud en de behavioristen via de positieve psychologie – waar de vrije wil om de hoek komt kijken – naar mindfullness en spiritualiteit verschoven. De vraag naar wie je bent is uiteindelijk de essentiële vraag van alle mensen. Wie ben jij als je je baan kwijtraakt? Blijft er dan iets over, of blijft er dan helemaal niets over? De psychologie schiet tekort in het beantwoorden van deze vraag. Persoonlijke ervaring speelt ook een rol bij het betrekken van spirituele tradities in mijn werk: Meditatie maakt dat je zaken voorbij het denken kunt ervaren. Je zit op je krukje en je voelt bijvoorbeeld iets in je buik. Dat gevoel hang je aan je denkbeeldige kapstokje en daar hoef je op dat moment niets mee. Je gedachten mogen er zijn, maar je gaat niet ‘op ze zitten’. Als je dat doet, dan komt er een enorme rust over je heen. Dat vind ik fascinerend. De Boeddha zegt over het effect van mediteren: Het gaat er om dat je het niet gelooft omdat ik het zeg, maar kijk maar gewoon, probeer het eens. Dat vind ik heel mooi, want in de psychologie is het experiment een van de beste methodes, en in de spiritualiteit is het dan ook ‘Nou, kijk maar. Probeer het maar’. Als je mediteert en die dingen doet kun je ervaren dat er een hele diepe stilte en verbondenheid is.”

Als je zegt ‘aan de kapstok hangen’, is dat dan een mentale activiteit? Of een lichamelijke, in het ervaren van die rust?
“Het is meer een relativering van mentale activiteit. Bij mediteren is het interessant om er achter te komen wie je nog meer bent dan je denken en je emoties. Je emoties en je denken hangen samen, je emoties zijn als het ware het denkende lichaam. Het is goed om er achter te komen wat daarachter is, dat wat er gewoon ‘is’. Mediteren is natuurlijk een activiteit in de zin van dat je wel actief bent op dat moment, ook fysiek. Je houdt je hoofd op een bepaalde manier, je zit recht. Als je het dan al een activiteit zou moeten noemen, dan is het de activiteit van het ‘witnessing’, het getuige zijn van de gedachten en emoties zonder daarop te handelen. Het gaat er daarbij niet om dat je jezelf als een kritische observator analyseert en grijpt, maar meer getuige bent van jezelf, en niet oordeelt.”
Hoe werkt dit in relatie met het onderwerp ‘Leren Liefhebben?’
“In iedere nieuwe ontmoeting kom je elkaar tegen op het niveau van de conditioneringen. Biologisch, maatschappelijk, je verwachtingspatroon. Je kunt op dat niveau blijven hangen in een relatie, maar je kunt ook een soort weg naar binnen toe gaan en dan verder komen met je relatie, via je relatie. Er zijn spirituele en psychologische technieken om bij jezelf te kunnen komen.

Mensen hebben grote plannen en kleine plannen in hun leven: Het grote plan zit in de vraag ‘Wie ben je eigenlijk?’ En het kleine plan zit bijvoorbeeld in vragen als ‘ik heb relatieproblemen, wat is hier een goede oplossing voor?’. Ik zie zulke grote plannen en kleine plannen niet los van elkaar, er zit een samenhang tussen. Bij het beantwoorden van de ene vraag ben je ook de andere vraag aan het beantwoorden. Je relatie is een manier om jezelf te ontwikkelen. Het oplossen van die relatieproblemen hangt samen met het werken aan de vraag wie je werkelijk bent. Je relatie is een plek om te ontdekken wie je bent, voorbij je verhalen en je eigen conditioneringen. Je omgeving, bijvoorbeeld je partner, spiegelt je. Je valt op iemand, daar ga je een relatie mee aan, en je brengt vervolgens allebei je eigen geschiedenis mee. Als je lastige dingen heb meegemaakt, dan kom je dat in je relatie tegen. De spiegel die je krijgt, is de reactie van de ander op jouw gedrag vanuit je conditioneringen.”

Is het niet ook een erg ik-gericht proces dan, een relatie? Je komt iemand tegen, je stelt je daar voor open en je leert de ander liefhebben omdat het een mogelijkheid voor persoonlijke groei is.
“Haha, alsof het een soort veredeld narcisme zou zijn. Het idee is: je komt allebei je relatie binnen vanuit je conditioneringen. Om je partner recht te doen, om hem of haar echt te kunnen zien, moet je naar jezelf kijken. Er bestaat een mooi hindugeschrift, de Bhagavad Gita, dat zegt: ‘Wat je ziet is wat je bent’. Dat wat je pijn heeft gedaan in je leven, bijvoorbeeld dingen in je jeugd, bepaalt je blik. Je hebt dan als het ware een pijnlijke blik, vanuit die conditionering. Je ziet wat je bent. En als je vanuit die conditionering in een partnerrelatie komt, dan zie je je partner wel, maar meer vanuit je eigen blik of conditionering. Je ziet hem of haar niet echt. Juist op dat moment gebruik je mensen instrumenteel, als je mensen alleen maar vanuit je eigen perspectief ziet en blijft zien. Als je die spirituele dingen doet en jezelf gaat ontplooien in je relatie, kom je dichter bij wie je werkelijk bent en kun je anderen ook echt zien voor wie ze zijn.

Ik kan een ander beter zien als ik me losmaak van mijn oude conditioneringen. En wie kan mij daar beter bij helpen dan die ander? Als je zelf erg kritisch bent, dan krijg je dat terug in je relatie. Dat kun je opmerken en gebruiken om jezelf te ontwikkelen, op een manier die je in je eentje niet lukt. Je krijgt immers alleen door anderen teruggespiegeld hoe je zelf bent in een relatie. Als ik dat serieus neem en zelf in de spiegel kijk, kan ik wat doen met die conditioneringen en de ander echt zien. Zelfontplooiing via de spiegel van je relatie is geen ‘asset’ of materialistische bezigheid, maar een manier om in echte verbinding met jezelf en daardoor met je partner te komen.”

Het moet toch ook zo zijn dat veel mensen willen wegkijken, als die spiegel ze geboden wordt. Hoe kunnen mensen het aankijken in zo’n spiegel toch aangaan?
“Om er echt voor een ander te kunnen zijn moet je naar jezelf kijken, en dat is het meest confronterende wat er bestaat. Het is veel makkelijker om te kijken naar de ander. Je hoort mensen vaak zeggen ‘die heeft een gebruiksaanwijzing’. Het is de kunst om je eigen gebruiksaanwijzing eens in kaart te brengen. Het beste wat je voor je partnerrelatie kunt doen, is daar naar te kijken. Waar reageer je allergisch op? Op welke knop moeten mensen bij jou niet drukken?

Sommige mensen worden heel depressief van hun eigen conditioneringen. Die mensen hebben alles los moeten laten, hun verhalen, hun slachtofferidentiteit. Als je alle lagen, alles waar je last van hebt en waar je naar verlangt, los kunt laten dan blijft er iets over. Dat wat je eigenlijk bent. De psychologie kan heel veel verklaren, maar niet dat.”

Op welke vragen uit de samenleving biedt ‘Leren Liefhebben’ een antwoord?
“We leven in een maatschappij waarin mensen het moeilijk vinden dat dingen voorbij gaan. Het vasthouden van dingen die voorbij gaan leidt tot lijden. Ik las laatst een verhaal van een filmster die op haar 50’ste niet meer naar buiten durfde omdat ze er niet meer uitzag zoals toen ze twintig was. Dat is lijden. Vaste identiteiten zijn een probleem – je zult nooit ergens komen als je je vasthoudt aan een ideaalbeeld en niet openstaat voor de verandering. Mensen leven veelal met de gedachte dat ze niet helemaal compleet zijn. Ze denken dat ze wat missen. En dat wanneer ze een partner tegenkomen, je samenvalt en zo een geheel wordt. Dan weten we wie we zijn, dan voelen we ons goed en dan is de wereld veilig. En dan kom je iemand tegen. Vervolgens blijkt dat niet zo te werken, de relatie gaat voorbij en je gaat weer op zoek naar iemand anders bij wie je dat dan wel hoopt te vinden. Het antwoord van Leren Liefhebben op deze vraag is: als je echt naar jezelf kunt kijken, dan gaat je partnerrelatie in kwaliteit vooruit. Omdat je de ander niet nodig hebt voor dingen die je niet in jezelf kunt vinden.

Een andere vraag in onze samenleving wordt gesteld door onze cultuur: deze is vooral ingericht vanuit economisch denken. De cultuur spoort ons aan onszelf in de etalage te zetten. We maken profielen aan. We moeten nadenken over onze marktwaarde. Hoe leuk zie je er uit, hoe slim ben je, wat zoek je precies, hoe lang en hoe knap moet die persoon zijn? We hebben het begrip van een ‘relatiemarkt’, en dat is volkomen ingeburgerd. Mensen denken in termen van input en output, dan gaan ze daten op een datingssite en ervaren ze dat als zwaar, omdat het gewenste resultaat uitblijft. Er zijn veel mensen die uit elkaar gaan, dus er is veel beweging op die relatiemarkt. Het is allemaal gevangen in een economisch discours. Er wordt over relaties gedacht als ‘Hoe kan ik met mijn waarde het beste product in huis halen’. Dat is het tegenovergestelde van Leren Liefhebben. Dat kijken en zoeken naar een ideaalbeeld brengt je niet verder. Het leren liefhebben van jezelf en het zien van je relatie als een mogelijkheid om dichter in contact te komen met jezelf, waardoor je belangrijke anderen echt kunt zien, wel.”