Essays en lezingen

Over de waarde van levensbeschouwing en filosofie in het openbaar onderwijs

| Speech voor de diploma-uitreiking Bevoegdheid Levensbeschouwelijke Communicatie/Filosofie, Pabo Saxion Hogeschool, op 22 juni 2016 |

Beste studenten,

Vandaag is een bijzondere dag voor jullie. Jullie hebben je diploma behaald om het vak Levensbeschouwelijke Communicatie en Filosofie te kunnen doceren op basisscholen. En daarmee zijn jullie stuk voor stuk toegerust om een hele belangrijke taak te vervullen. Niet alleen een belangrijke taak in je klas of school, maar ook in de bredere samenleving.

Dieuwke van der Wal

Wanneer je lessen Levensbeschouwelijke Communicatie en Filosofie geeft, dan leer je kinderen de wereld en elkaar een beetje beter te begrijpen. Leerlingen leren wie ze zijn en wat hun waarden zijn. En ze leren over anderen, wat die doen achter de voordeur en waar zij in geloven. En dat is ontzettend belangrijk. Mensen vanuit andere levensovertuiging, culturen of windstreken spreken vandaag de dag veel –over- elkaar, maar weinig –met- elkaar. En dat is een probleem, want onbekend maakt onbemind. En dat zorgt er voor dat er vooroordelen over elkaar ontstaan.

Voor-oordelen is ‘oordelen’, ‘voor’-dat je iemand kent. Vooroordelen zijn vaak niet fijn, en leiden er niet toe dat je prettig met elkaar om kunt gaan. Maar juist de school is een van de krachtigste middelen die we hebben om vooroordelen op te heffen en met elkaar te praten. Want binnen onze klassen komt de hele wereld samen. Je kunt er niet om heen, leerlingen uit alle windstreken met verschillende ideeën komen bij elkaar in de klas en zullen het met elkaar moeten stellen. Het is net de echte wereld in het klein.

En dan moet je maar met elkaar samenleven. Maar hoe doe je dat? Goed samenleven moet je leren. En dat is wat jij doet als juf of meester in het vak Levensbeschouwelijke Communicatie en Filosofie: Jij helpt het kind te ontdekken hoe je goed met elkaar omgaat, wat goed ruzie maken is, hoe je zelf beslist of iets waar is, of je van iemand kunt houden als je boos op hem bent, hoe je omgaat met geluk en ook met ongeluk, en hoe andere mensen dat doen vanuit andere overtuigingen. Zo leren we onszelf en de ander om ons heen al op jonge leeftijd kennen. En dan ontstaat een oordeel op basis van respect en acceptatie van elkaar. En daar hebben we allemaal wat aan, ons hele leven lang.

Ik heb mij in de gevangenis beziggehouden met de morele ontwikkeling van gedetineerde mannen vanaf 18 jaar. Dat werk was zinvol. Maar door de tijd heen bekroop mij ook het gevoel: deze morele vorming had al zo veel eerder moeten beginnen. Ik werkte met jongens die ooit in een schoolsysteem hebben gezeten maar daar uit zijn gevallen, omdat school niet bij hun leefwereld aansloot en hen niet voldoende zag voor de mogelijkheden die ze hadden. Dat moet en kan anders. Daar is mijn vuur voor goed, levensbeschouwelijk onderwijs ontstaan. Dit is mijn missie in het leven, en ik wordt vervuld met goede moed als ik stuk voor stuk jullie dossiers lees. Ik zie in jullie allemaal goede leraren die hun hart op de juiste plek hebben: Bij het kind. Bij het belang van zijn zelfontwikkeling. Bij het ontwikkelen van een levenshouding bij kinderen zodat zij zich kunnen redden in onze maatschappij, balancerend tussen alle vrijheden en verantwoordelijkheden die we als mens hebben.

Ik wens jullie veel inspiratie en moed toe als docenten, om altijd weer goede levensbeschouwelijke lessen neer te zetten waarin het kind in relatie tot zijn wereld centraal staat. Maar niet voordat ik jullie van harte heb gefeliciteerd met het behalen van dit diploma. Bij dezen. Dank u wel.