Humanistische bezinningsbijeenkomsten

Bij de beesten af

| Over empathie in onze natuur en het dierenrijk. Een beschouwing van de wortels van empathie en moraliteit voor gedetineerde mannen vanaf 18 jaar. – Delen uit een humanistische bezinningsbijeenkomst. |

Tijdens mijn werk als humanistisch raadsvrouw in een gevangenis hoorde ik gedetineerden zichzelf verontschuldigen voor hun criminele gedrag met de woorden dat ze nou eenmaal niet anders kunnen dan gewelddadig zijn, omdat ze roofdieren zijn. ‘Survival of the fittest’, wordt dan gezegd. Terwijl uit biologisch onderzoek blijkt dat zelfs de meest gewelddadige roofdieren in staat zijn tot empathie en moreel gedrag. Met behulp van deze onderzoeken geef ik tijdens een bezinningsbijeenkomst een ander perspectief op het leven als roofdier: Het leven als roofdier is ook een leven waarbij je je kunt inleven in anderen, waarbij je voor anderen zorgt, waarbij je impulsen beheerst en kunt stilstaan bij verlies. Want moraliteit komt niet van boven, niet van buiten, maar van binnen uit.

Dieuwke van der Wal

Vandaag wil ik met jullie gaan bezinnen op onze natuur: wie en wat zijn we volgens onze natuur? Wat zijn onze instincten? Wat voor soort dier is een mens eigenlijk? Wat drijft ons van binnen uit?

Ik hoor vaak van mensen hierbinnen dat ze niet anders kunnen dan gewelddadig zijn, omdat ze roofdieren zijn. Het is nou eenmaal je instinct om ergens bovenop te rammen, te roven, meer te willen hebben dan anderen. ‘Survival of the fittest’, wordt dan gezegd, ‘dat is wat we doen, dat zorgt er voor dat we kunnen voortbestaan!’. ‘Hoe we zijn maakt dat we doen zoals we doen!’ Met behulp van onderzoeken uit de biologie wil ik jullie vandaag laten zien dat dat verhaal een heel eenzijdige en arme kijk is op de aard van de mens. Een kijk waarmee je jezelf tekort doet. De mens is veel meer dan een individueel dier dat alleen voor zichzelf leeft ten koste van anderen.

Een stukje geschiedenis: Beschavingstheorieën
Mensen zijn al tijden bezig met het bedenken wat de aard van de mens is: wie en wat zijn we van binnen? Zijn we wezens die vanuit henzelf geneigd zijn tot het goede, of is goed doen slechts onzingedrag omdat je er altijd zelf beter van wil worden? ‘Het goede doen’, ook wel ‘moraal’ genoemd, is altijd een onderwerp van gesprek geweest. Zo’n twee eeuwen geleden werd de ‘vernistheorie’ bedacht. Deze theorie is lange tijd erg populair geweest in de biologie om de menselijke goedheid te verklaren: de menselijke goedheid is slechts een dun laagje vernis over een vat vol slechtheid: er zit een dun laagje goedheid over de mensen heen; maar daar prik je zo doorheen naar de dikke, slechte kern van de mens.

Rond dezelfde tijd schreef Charles Darwin zijn evolutietheorie: het voortbestaan en veranderen van alles op aarde gaat volgens een proces van natuurlijke selectie. Natuurlijke selectie houdt in dat organismen die beter in hun omgeving passen, meer kansen hebben om te overleven en voor nakomenlingen te zorgen dan minder goed aangepaste organismen. Hierdoor zal het best aangepaste organisme beter overleven en de overhand nemen in de populatie. Dit is wat ‘survival of the fittest’ wordt genoemd. Dit is maar een beperkt deel van Darwin’s evolutietheorie, maar dit is wel het deel dat het beroemst is geworden. Het idee van ‘survival of the fittest’ en je eigen voortbestaan ten koste van anderen paste namelijk goed bij de populaire vernistheorie: mensen zijn vanbinnen slecht en alle goedheid is uiterlijke schijn, ‘kijk maar naar de manier waarop we ons verzekeren van ons voortbestaan!’.

De mens werd gezien als slecht en daarom werd een hele lange tijd, tot zo’n dertig jaar geleden, het andere deel van Darwin’s evolutieleer genegeerd: Darwin heeft een heel boek geschreven over emoties bij dieren en hun vermogen tot sympathie. Sympathie is het vermogen om vreugde en leed van een ander mee te voelen. Volgens de vernistheorie waren dieren domme machines, maar voor Darwin zijn dieren morele wezens die sociale instincten hebben. Darwin schreef in zijn boek dat “het absurd zou zijn om van deze instincten te beweren dat ze zelfzuchtig zouden zijn”.

Dus: Darwins theorie bestaat uit twee delen: ten eerste zegt hij dat soorten zich voortplanten volgens het akelige proces van de natuurlijke selectie. Maar ten tweede zegt Darwin dat de uitkomst van dat akelige proces niet akelig hoeft te zijn: het levert soorten dieren op die ook goed en aardig voor elkaar zijn en niet constant met elkaar in gevecht zijn. Toen ging de vernistheorie in rook op: er kwamen steeds meer feiten die onderbouwen dat dieren sociale wezens zijn en zowel goed als kwaad kunnen handelen: experimenten bewezen dat apen rechtvaardigheidsgevoel kennen, dat baby’s van zes maanden zouden het verschil tussen ‘stout’ en ‘lief’ kennen en onze hersenen zijn geprogrammeerd om andermans pijn te voelen. De moraal is dus geen vernis, maar komt van binnen uit. Hij is deel van onze biologie.

Empathie
Empathie is het vermogen om je in anderen in te leven. We kunnen het leed van anderen invoelen: Als we iemand pijn zien lijden, voelen we zelf de pijn. Als een voetballer op TV bijvoorbeeld een knietje krijgt, roepen alle mannen: oeeeh! Omdat ze het bijna zelf meemaken. En als we een blinde zien bij een drukke straat, helpen de meesten van ons die met oversteken. We kunnen ons voorstellen dat een blinde daarbij hulp nodig heeft, zonder dat we zelf blind zijn: we kunnen invoelen in een ander. Niet alleen mensen laten empathie zien, andere diersoorten met grote hersenen laten ook emphatie zien: dolfijnen, olifanten en bonobo’s. Zo redde een bonobo een tegen het raam gevlogen vogel. Ze pakte de vogel voorzicht op en spreidde voorzichtig haar vleugels.. De bonobo kan zelf natuurlijk niet vliegen en had nog nooit eerder een vogel in haar handen gehad, dus ze kon niet van een ander hebben geleerd dat ze voorzichtig moest zijn. Zo zie je: iemand helpen, of meeleven met een ander: dieren doen het ook. Goed zijn is dus geen menselijk aangeleerd gedrag, maar iets wat uit onze natuur voortkomt.

Rouw
Niet alleen mensen hebben verdriet om het verlies van een medemens. Mensapen en olifanten hebben ook verdriet en zichtbare rouw. Zo is er bijvoorbeeld het verhaal van Dorothy, een dertig jaar oude vrouwelijke Chimpansee die in een natuurreservaat in Kamaroen is gestorven aan hartfalen. Het personeel rijdt haar lichaam naar buiten om het aan de andere dieren te laten zien. De anders zo drukke chimpansees verzamelden zich rond het lichaam om er naar te kijken en hielden elkaar vast. Ze waren zo stil als mensen op een begrafenis. Ja, mensen hebben rituelen bij de dood, zoals een begrafenis en het bezoeken van het graf van de overledenen. Maar dieren hebben ook doodsrituelen, zoals bijvoorbeeld olifanten: Ze rapen ivoor of botten van een dood kuddelid op, nemen die in hun slurf en geven ze aan elkaar door. Sommige olifanten keren jaren na het overlijden van een kuddelid terug naar de plek waar hij gestorven is, om de overblijfselen aan te raken en te inspecteren. Of ze hun kuddelid nou echt kunnen missen? Tja. We kunnen het ze moeilijk vragen. Maar uit hun gedrag blijkt wel dat olifanten bezig zijn met de dood.

Beheersing van emoties: Impulsbeheersing
Behalve dat dieren net als mensen emoties tonen, kunnen dieren net als mensen emoties beheersen: We hebben een paar bezinningsbijeenkomsten terug de grappige filmpjes bekeken van kinderen die wanhopig proberen geen marshmallows te eten als ze weten dat ze door te wachten nog een krijgen: ze nemen muizenhapjes of kijken de andere kant op om de verleiding te weerstaan. Zo’n test onderzoekt of we onze behoeftes kunnen uitstellen. Ja, mensen kunnen dat, zo blijkt uit de test, maar: apen ook: Kleine apen zullen een plakje banaan laten liggen als ze weten dat ze daardoor later een groter stuk krijgen en een chimpansee kijkt geduldig naar een bakje waar om de 30 seconden een snoepje in valt. Als hij het bakje wegtrekt, houdt de stroom snoepjes op, dus kan hij tot wel 18 minuten wachten met het wegtrekken van het bakje en het eten van de snoepjes. Apen tonen dus net zoals mensen zowel emoties, als de beheersing van hun emoties: ze kunnen keuzes maken die weloverwogen lijken.

Moraal: Niet van buiten, niet van boven, maar van binnen uit
Wat ik met al deze voorbeelden wil laten zien, is dat goed doen, zorgen voor anderen, empathie en andere emoties in onze genen zitten. Goed doen zit in ons DNA. Het idee van Survival of the fittest is een te arm beeld, het komt niet overeen met onze natuur, met wie wij zijn: wij zijn dieren, die ook de neiging tot goed doen in hun DNA. Net zoals andere dieren, ja ook de roofdieren, dat hebben. Mensen hebben door de eeuwen heen allerlei verklaringen bedacht rondom hun gedrag en gedachten. Zo is het idee van een religie met een hemel deels ontstaan omdat mensen het moeilijk vinden dat het leven ophoudt na de dood. Dieren hebben daar geen last van, ook al hebben ze wel besef van de dood: zo werd er in de zelfde rouwende chimpanseegroep een keer een gifslang doodgeslagen. Nadat het beest dood was mochten de kleintjes er gerust mee spelen, geen aap die bang was dat het beest weer tot leven zou komen. Apen zijn niet bang voor de dood, dat komt omdat ze er geen besef van hebben. Mensen hebben wel besef en een bewustzijn. Daarom kunnen ze bang zijn voor dingen die nog helemaal niet spelen. En uit het experiment met de snoepjes blijkt nog wel eens dat kinderen snoepjes niet pakken omdat ze niet voor hebberig aangezien willen worden. Dat is een regel van buiten: je mag niet hebberig zijn. Toch gedraagt de aap zich precies hetzelfde: Hij wacht tot wel 18 minuten voordat hij de snoepjes pakt. Beide gedragingen zijn hetzelfde, alleen de mens voegt er met zijn bewustzijn het een en ander aan toe. Mensen kunnen zeggen: Ik moet me goed gedragen vanwege een God die boven mij is, of vanwege mensen die buiten om mij heen zijn. Maar ik zeg: Nee, de reden dat wij ons goed gedragen komt omdat wij in onze kern ook iets aardigs hebben, een goede kern. We hebben als mens de mogelijkheid om die kern uit te bouwen of te verwaarlozen. En in het leven blijkt dat we het verst komen en het fijnst leven als we die kern uitbouwen.

Bij het schrijven van deze bespreking is gebruik gemaakt van het boek ‘De Bonobo en de tien geboden’, door Frans de Waal, vijfde druk, 2013