Uit de lespraktijk

Salam aleikum

Ik geef iedere week moreel vormend onderwijs op een school voor kinderen die nieuw zijn in Nederland. Ze komen uit alle windstreken van de wereld. In mijn lessen leren ze iedere week de wereld ontdekken via ervaringsgericht onderwijs met gastdocenten die werken in vormende vakken als journalistiek, recht, geneeskunde en beeldende kunst.

We starten iedere les met ons handengeefritueel: ieder kind krijgt een hand als ik ze zie, en we geven elkaar ook weer een hand als ze weggaan. Een van mijn leerlingen kwam nu wat vroeger binnen in de aula en zag me zitten. Hij pakte mijn hand en zei voluit: “Salam aleikum, juf!”. Ik schudde zijn hand en zei: “Salam aleikum, of nee, aleikum salam!”. Een vader die verderop zat lachte me toe: “Ja, aleikum salam!”. De leerling gaat verderop bij zijn vrienden zitten en eet zijn pannenkoek die hij van thuis heeft meegenomen. Ik ga bij ze zitten en vraag hem: “Als jij salam aleikum zegt, wat zeg ik dan?” “Aleikum salam, juf”. “Ah”, zeg ik. “En wat betekent dat dan?” “Nou juf… dat bekent dat je goed doet en dat je elkaar nooit kwaad doet”.

Hij is even stil. “En weet je juf, als je iemand wil slaan of iemand wil jou slaan, en je hebt ooit salam aleikum tegen elkaar gezegd, dan kan dat dus niet. Dan kun je elkaar niet slaan. Dat kunnen andere mensen dan ook tegen je zeggen: ‘je zei ooit salam aleikum dus je kan hem niet slaan’. Dat beloof je namelijk als je salam aleikum zegt.” “Nou, dat is wel wat dieper dan hoi of dag”, reageer ik. “Uit welke taal komt dat eigenlijk?”. Hij kijkt me nog steeds aan en zegt: “Arabisch, juf. Maar het geldt voor alle mensen”.

Nu ben ik degene die even stil is.